Lettergrootte:

Terug
Gedragscode

Gedragscode Integriteit leden Raad van Toezicht

Vastgesteld in de vergadering van 16 september 2008.

Het behalen van onze volkshuisvestelijke en maatschappelijke doelstellingen staat voorop bij Wonen Zuid. We staan hierin niet alleen, maar werken op verschillende fronten samen met een veelheid aan belanghouders om onze (gezamenlijke) doelstellingen te behalen. Openheid, transparantie en vertrouwen over en weer zijn belangrijke voorwaarden om deze samenwerking te laten slagen. De Raad van Toezicht van Wonen Zuid beseft dit terdege en hecht aan het belang van een goede governancestructuur.

Raad van Toezicht onderschrijft de Governancecode Woningcorporaties (Aedes Vereniging voor Woningcorporaties; november 2006) en meer specifiek de hierin beschreven ‘principles’ op het gebied van onafhankelijkheid van de Raad en het vermijden van tegenstrijdige belangen. De Raad van Toezicht hecht veel waarde aan een transparant corporatiebestuur. Daarom heeft De Raad ook voor zichzelf een gedragscode integriteit opgesteld. De basis van deze code bestaat uit een zestiental gedragsregels die gelden voor alle leden van De Raad van Toezicht van Wonen Zuid.

Gedragsregels

1.  De Raad van Toezicht en de individuele leden stellen het belang van de corporatie centraal en handelen altijd in het belang van de Stichting Wonen Zuid.

2.  De leden van de Raad van Toezicht zijn onafhankelijk van de corporatie.

3.  De leden van de Raad van Toezicht ontvangen voor hun werkzaamheden voor de corporatie uitsluitend een vergoeding van Wonen Zuid. Leden van de Raad nemen van derden geen vergoedingen, goederen of diensten aan die hun onafhankelijke positie mogelijk kan beïnvloeden.

4.  Leden van de Raad van Toezicht dienen er bij hun handelen altijd voor te zorgen dat de integriteit van de corporatie gewaarborgd blijft, evenals het vertrouwen in de corporatie.

5.  De Raad van Toezicht vermijdt elke vorm en schijn van belangenverstrengeling tussen corporatie en de Raad.

6.  De leden van de Raad van Toezicht melden al hun hoofd- en nevenfuncties. Het aanvaarden van een functie die gezien aard of tijdsbeslag van invloed kan zijn op de uitoefening van de taak als lid, dient vooraf ter goedkeuring aan de Raad voorgelegd te worden.

7.  De leden van de Raad van Toezicht melden al hun persoonlijke en/of zakelijke belangen in organisaties en ondernemingen waarmee Stichting Wonen Zuid (mogelijk) zakelijke betrekkingen onderhoudt.

8.  Leden van de Raad van Toezicht die een persoonlijk of zakelijk belang hebben bij een beslissing van de Raad en/of de corporatie, onthouden zich van deelname aan zowel de beraadslaging als de besluitvorming hierover.

9.  Transacties van de corporatie waarbij tegenstrijdige belangen van leden van de Raad van Toezicht kunnen spelen die van materieel belang zijn voor Wonen Zuid en/of een toezichthouder, dienen vooraf ter goedkeuring voorgelegd te worden aan de Raad.
In het jaarverslag wordt verantwoording afgelegd over deze besluiten, waarbij in ieder geval vermelding van het tegenstrijdig belang en de gevolgde procedure plaatsvindt.

10.  De Raad van Toezicht is verantwoordelijk voor de besluitvorming over het omgaan met tegenstrijdige belangen in relatie tot de corporatie bij leden van het bestuur, Raad van Toezicht en de externe accountant.

11.  Leden van de Raad van Toezicht melden een (potentieel) tegenstrijdig belang dat van materiële betekenis is voor de corporatie en/of het betreffende lid, direct aan de voorzitter van de Raad van Toezicht. Het lid verstrekt daarbij alle relevante informatie betreffende zijn echtgenoot, geregistreerd partner of een andere levensgezel, pleegkind en bloed- en aanverwanten tot in de tweede graad.
Indien de voorzitter van de Raad van Toezicht een (potentieel) tegenstrijdig belang heeft, dan meldt de voorzitter dit aan de vice-voorzitter van de Raad.
Leden van de Raad van Toezicht die een (potentieel) tegenstrijdig belang hebben bij een beslissing van de Raad en/of de corporatie, onthouden zich van deelname aan zowel de beraadslaging als de besluitvorming hierover.

12.  Leden van de Raad van Toezicht gaan zorgvuldig om met de informatie waarover zij vanuit hun functie als lid van de Raad beschikken. Ook betrachten ze geheimhouding ten aanzien van informatie die hen vertrouwelijk wordt verstrekt. Deze geheimhoudingsplicht blijft gelden na beëindiging van het lidmaatschap van de Raad.

13.  Leden van de Raad van Toezicht gebruiken informatie waarover ze uit hoofde van hun lidmaatschap van de Raad beschikken nooit voor eigen belang of voor persoonlijke of zakelijke betrekkingen.

14.  Leden van de Raad van Toezicht houden voor de Raad en corporatie geen informatie achter die in het belang van de corporatie kan zijn, tenzij deze informatie vertrouwelijk of geheim is.

15.  Leden van de Raad van Toezicht maken geen gebruik van voorkennis in hun eigen voordeel, noch in het voordeel van anderen. Indien dit aan de orde is meldt het betreffende lid dit direct aan de voorzitter van de Raad van Toezicht. Indien de voorzitter van de Raad van Toezicht voorkennis heeft, dan meldt de voorzitter dit aan de vice-voorzitter van de Raad.
Leden van de Raad van Toezicht die voorkennis hebben bij een beslissing van de Raad en/of de corporatie, onthouden zich van deelname aan zowel de beraadslaging als de besluitvorming hierover.

16.  Op basis van de gedragsregels uit deze integriteitscode wordt artikel 4 in het Huishoudelijk Reglement van de Raad van Toezicht aangepast en uitgebreid met regels ten aanzien van de omgang met (potentieel) tegenstrijdige belangen bij leden van het bestuur, Raad van Toezicht en de externe accountant.