II Het bestuur
Artikel 3 - Algemene bepaling Aan het bestuur komen in de stichting alle bevoegdheden toe, die niet door de wet of de statuten aan andere organen zijn opgedragen.
Artikel 4 - Samenstelling, benoeming, schorsing en ontslag 1. Het bestuur van de stichting wordt gevormd door de directie, bestaande uit een door de Raad van Toezicht te bepalen aantal leden. Indien de directie uit meerdere leden bestaat (Raad van bestuur), kan de Raad van Toezicht aan één van de leden de titel van ‘voorzitter van de directie’ verlenen. 2. De directie wordt benoemd, geschorst en ontslagen door de Raad van Toezicht. 3. Een lid van de directie kan worden geschorst of ontslagen bij een besluit van de voltallige Raad van Toezicht met ten minste twee/derde van de uitgebrachte stemmen. Een rechtsgeldig besluit kan eveneens worden genomen, indien ten hoogste één lid van de Raad van Toezicht afwezig is. 4. Blijkt ter vergadering het vereiste aantal leden om rechtsgeldige besluiten te kunnen nemen niet aanwezig te zijn, dan wordt – in afwijking van artikel 20, vierde lid, - uiterlijk binnen tien dagen een nieuwe vergadering bijeengeroepen. Op die vergadering kan door de aanwezige leden een besluit worden genomen met ten minste twee/derde van de uitgebrachte stemmen. 5. Tot schorsing of ontslag van een lid van de directie kan slechts worden besloten, nadat het lid van de directie in de gelegenheid is gesteld zich tegenover de Raad van Toezicht te verklaren. 6. Een schorsing van een lid van de directie, die niet binnen zes maanden wordt gevolgd door een ontslagbesluit, vervalt door het enkele verloop van die termijn. 7. Indien een lid van de directie is geschorst is hij niet bevoegd de in deze statuten en in het huishoudelijk reglement aan (leden van) de directie toegekende bevoegdheden uit te oefenen. 8. Een besluit tot schorsing of ontslag van een lid van de directie dient onverwijld aan het betreffende lid van de directie schriftelijk en gemotiveerd te worden medegedeeld. 9. De Raad van Toezicht stelt het salaris en de overige arbeidsvoorwaarden van de directie vast. Artikel 5 - Onverenigbaarheden Een lid van de directie kan niet zijn: a. de persoon die lid is van de Raad van Toezicht. b. de persoon die belast is met, of mede uitvoering geeft aan, het overheidstoezicht op de stichting. c. de persoon die lid is van het College van Burgemeester en Wethouders of van de Raad of van een gemeentelijke raadscommissie, van een gemeente waar de stichting haar zetel heeft, of van een gemeente waarin zij feitelijk werkzaam is, of van een orgaan van een organisatie die zich ten doel heeft gesteld de belangen van gemeenten te behartigen. d. lid is van een College van Gedeputeerde Staten of van een orgaan van een organisatie die zich ten doel heeft gesteld de belangen van provincies te behartigen. e. de persoon die in dienst is van een beheerstichting waaraan de stichting haar werkzaamheden (deels) heeft uitbesteed. f. de persoon die bestuurslid is van een door de stichting erkende huurdersorganisatie als bedoeld in de Wet op het overleg huurders verhuurder. g. de persoon die in een eerste of tweede graad van bloed-/aanverwantschap staat tot, gehuwd is met, geregistreerd partner is van of samenwoont met een lid van de Raad van Toezicht, een lid van de directie of een werknemer van de stichting. Artikel 6 - Einde bestuurslidmaatschap en vacature 1. Het lidmaatschap van een lid van de directie eindigt: a. door overlijden. b. door ontslag bij besluit van de Raad van Toezicht. c. door ontslag door de rechtbank op grond van artikel 298 Boek 2 BW. d. door ontslagneming. e. doordat zich één van de onverenigbaarheden genoemd in artikel 5, voordoet. f. ingeval benoeming heeft plaatsgevonden voor een bepaalde termijn, door het verstrijken van die termijn. g. door beëindiging van de arbeidsovereenkomst tussen de stichting en het betreffende lid van de directie. 2. Indien zich een situatie voordoet als bedoeld in het eerste lid, voorziet de Raad van Toezicht zo spoedig mogelijk in de ontstane vacature dan wel wordt het aantal leden van de directie opnieuw vastgesteld, overeenkomstig het bepaalde in artikel 4, eerste lid.
Artikel 7 - Taken en bevoegdheden 1. De directie is belast met het besturen van de stichting. 2. Ieder lid van de directie is daarbij tegenover de stichting gehouden tot een behoorlijke vervulling van de aan hem opgedragen taak. 3. De wijze waarop de directie tot besluitvorming overgaat wordt vastgelegd in een reglement, indien de directie uit meerdere leden bestaat. 4. De directie is bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging van registergoederen tot een maximum van 2.500.000 euro per (ongesplitste) transactie. De besluiten van de directie tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging van registergoederen, welke uitgaan boven de in dit artikellid vermelde bedrag, zijn onderworpen aan de voorafgaande goedkeuring van de Raad van Toezicht. 5. De directie is bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot vervreemding van registergoederen, tot een maximum van 2.500.000 euro per (ongesplitste) transactie. De besluiten van de directie tot het aangaan van overeenkomsten tot vervreemding van registergoederen, welke uitgaan boven de in dit artikellid vermelde bedrag, zijn onderworpen aan de voorafgaande goedkeuring van de Raad van Toezicht.
6. De directie is voorts bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot bezwaring van registergoederen, en tot het aangaan van overeenkomsten waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidsstelling voor een schuld van een ander verbindt. De in dit lid vermelde besluiten zijn onderworpen aan de voorafgaande goedkeuring van de Raad van Toezicht.
7. Aan de voorafgaande goedkeuring van de Raad van Toezicht zijn, onverminderd het elders in deze statuten bepaalde, onderworpen de besluiten van de directie omtrent: a. de vaststelling van de begroting, het volkshuisvestingsverslag, de jaarrekening en het jaarverslag. b. de vaststelling en wijziging van de voor enig jaar of reeks van jaren opgestelde beleidsplannen. c. de uitgifte van schuldbrieven door de stichting. d. het aangaan van een duurzame samenwerking van de stichting met een andere rechtspersoon of vennootschap, tenzij deze van beperkte betekenis is. e. het in financieel en/of bestuurlijk opzicht deelnemen in andere rechtspersonen dan wel het oprichten daarvan. f. wijziging van de statuten. g. ontbinding van de stichting. h. het aanvragen van surséance van betaling of aanvragen van faillissement. i. de beëindiging van de dienstbetrekking van een aanmerkelijk aantal werknemers tegelijkertijd of binnen een kort tijdsbestek, voor zover zulks gezien de feitelijke situatie als een reorganisatie kan worden aangemerkt. j. een ingrijpende wijziging in de arbeidsomstandigheden van een aanmerkelijk aantal werknemers, voor zover zulks gezien de feitelijke situatie als een reorganisatie kan worden aangemerkt. k. het aangaan van geldleningen, voor zover niet passend binnen het financierings- en beleggingsstatuut. l. de vaststelling en wijziging van een bedrijfsplan betreffende treasury- management, waaronder vallen het vermogensbeheer, het renterisicobeheer en de bedrijfsfinanciering. m. het aangaan van overeenkomsten als bedoeld in artikel 7, vierde, vijfde en zesde lid, voor zover zulks in die artikelleden is bepaald. 8. Het ontbreken van de goedkeuring van de Raad van Toezicht op een besluit als bedoeld in lid 7, tast de vertegenwoordigingsbevoegdheid van de directie of leden van de directie niet aan. 9. Indien de uitvoering van een besluit van de directie door de Raad van Toezicht is geschorst, is de directie verplicht binnen twee maanden een nieuw besluit te nemen. Dit besluit dient mede de intrekking van het oorspronkelijke besluit te omvatten. Artikel 8 - Vertegenwoordiging 1. De stichting wordt vertegenwoordigd door de directie. Indien de directie uit meerdere personen bestaat, is ieder der leden van de directie bevoegd de stichting te vertegenwoordigen. 2. In gevallen waarin sprake is van een tegenstrijdig belang tussen (één lid van) de directie en de stichting, wordt de stichting vertegenwoordigd door de voorzitter (respectievelijk diens plaatsvervanger) en één of meer leden van de Raad van Toezicht. Een en ander ter beoordeling van de Raad van Toezicht.
Artikel 9 - Leiding dagelijkse werkzaamheden De directie is belast met de leiding van de werkzaamheden van de stichting. |
|