VI Ontbinding van de stichting
Artikel 27 - Wijzen van ontbinding De stichting wordt ontbonden:
1. bij een daartoe strekkend besluit van de directie. 2. na faillietverklaring door hetzij opheffing van het faillissement wegens de toestand van de boedel, hetzij door insolventie. 3. door de rechter in de gevallen die de wet bepaalt.
Artikel 28 - Voorwaarden 1. De directie is bevoegd te besluiten tot ontbinding van de stichting. Zij behoeft hiertoe de voorafgaande goedkeuring van de Raad van Toezicht. 2. Bij ontbinding dient de directie van de stichting de minister, belast met de zorg voor de volkshuisvesting, hiervan onverwijld in kennis te stellen.
Artikel 29 - Vereffenaars 1. Na ontbinding van de stichting zal de vereffening geschieden door een of meer vereffenaars, aan te wijzen door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Roermond, welke vereffenaars door dat college kunnen worden geschorst of ontslagen, in welk laatste geval het college tevens een of meer nieuwe vereffenaars benoemt. Het college houdt toezicht op de vereffenaars. 2. De vereffenaar dient te handelen overeenkomstig de volgende bepalingen: a. indien de onroerende zaken zijn gelegen binnen het werkgebied van een of meer toegelaten instellingen, hij de goederen en de schulden van de ontbonden stichting bij voorrang aan die toegelaten instellingen aanbiedt ter gehele of gedeeltelijke overneming, en, voor zover die toegelaten instellingen die goederen of schulden niet overnemen, hij die goederen of schulden ter gehele of gedeeltelijke overneming aanbiedt aan de gemeente waar de onroerende zaken zijn gelegen, en, voor zover de gemeente die goederen of schulden niet overneemt, hij de huurders van de tot die zaken behorende woongelegenheden in de gelegenheid stelt deze in eigendom te verkrijgen. b. indien de ontbonden stichting op het tijdstip van ontbinding geen onroerende zaken bezat, hij de goederen en de schulden van de stichting ter overneming aanbiedt aan de gemeente waar de stichting haar woonplaats had. c. voor zover wegens het niet aanvaarden van de aanbiedingen, bedoeld onder a en b, de goederen en de schulden niet zijn overgenomen, hij de goederen van de ontbonden stichting te gelde maakt en haar schulden voldoet. d. hij de middelen die zijn overgebleven na de toepassing van de onderdelen a, b en c, stort in het Centraal Fonds voor de Volkshuisvesting, bedoeld in artikel 71 van de Woningwet.
|
|